Een dagje in het Martini Ziekenhuis

ziekenhuis eten

Ziekenhuizen zijn geen onbekend terrein voor mij. Ik ben er (helaas) al vaak geweest voor onderzoeken en (gelukkig) voor mijn twee bevallingen. Maar nog nooit had ik een operatie meegemaakt. Afgelopen maandag was dus de eerste keer dat ik een dagbehandeling meemaakte in het Martini. Ik ben er best een beetje van onder de indruk. Het is echt bizar hoe ontzettend veel medewerkers, apparatuur en handelingen er nodig zijn voor het fixen van slechts één knie van één mens. Omdat ik deze dagen toch veelal op de bank zit te herstellen (en duizelig en wazig en moe zit te zijn, hoort dat erbij?), leek het me leuk om eens op een rij te zetten wat er allemaal nodig is bij zo’n ingreep. Stukje prikkelverwerking. Stukje dagbesteding. Waarschuwing: het is een enorm verhaal :-p

11.15 uur – Ik meld me bij de balie van de verpleegafdeling en ga in de wachtkamer zitten. Ik ben chagrijnig; nuchter zijn is nooit mijn sterkste kant geweest. Ik heb om haf 6 vanochtend voor het laatst mogen eten, heb dorst en vind op dit moment alles stom. Ook vind ik het spannend. Er gaan dingen gebeuren die ik niet ken en dat voelt controleloos.

11.30 uur – Ik word opgehaald door een verpleegkundige en we nemen gegevens door: (Geboortedatum? Waarvoor kom je? Welk been? Allergisch?)  Ik krijg een polsbandje om.

11.40 uur – We gaan naar de verpleegafdeling, waar ‘mijn’ bed staat met daarop een wulps operatiejasje en een haarnetje. Om me heen liggen 4 mensen in bedden te wachten totdat ze worden opgehaald voor de operatiekamer. Ze staren me stilletjes aan en even waan ik me in een scene van Black Mirror… Snel duik ik in een VT Wonen en lees ik over cadeauboompjes in kartonnen kokertjes en de nieuwste vloerkleedtrends.

12.00 uur – Ik krijg een bekertje water (Jaaaa water! Ik heb zo’n dorst!) en 2 pijnstillers. Of ik die om 12.30 wil innemen en dan gelijk mijn sexy operatie-outfit wil aantrekken. Is goed. Ik lees wat in de VT Wonen en ik app met B. We sturen stomme foto’s naar elkaar en ik moet best hard lachen, maar dat voelt een beetje raar want dan kijken die andere mensen me weer aan en die zijn best serieus. Wat ik snap, want ze hebben straks een operatie. Oh wacht, ik ook. Hm…

12.15 uur – De verpleegster komt vragen of ik niet vergeet om 12.30 me om te kleden en de pijnstillers te nemen. Nee, komt goed. Ik wil ondertussen de Mars en Snickers in mijn tas opeten, maar ik kan mezelf inhouden.

12.30 uur – Ik trek het gordijntje dicht en hul mezelf in een korenblauw jasje met drukknoopjes. Ik stuur een foto naar B. Hij vindt het mooi bij mijn ogen staan. 🙂 Ik slik de pijnmedicatie, ga onder de dekens liggen, probeer wat te ontspannen en krijg het nogal koud. De verpleegster vraagt of ze even een pijl op mijn been mag zetten. Dat mag. Met permanent marker zet ze een grote pijl. Kan niet missen: links it is! Ik word nu wel een beetje zenuwachtig en mediteer wat. Daardoor val ik in slaap. Je moet wat.

13.30 uur – ‘Mevrouw Loeffen, we gaan u meenemen!’ Oké, daar gaan we. Ik ben er inmiddels ook wel aan toe, want al dat wachten heb ik nu wel gezien. Met bed en al scheur ik door het ziekenhuis richting de holding, waar ik weer de standaard vragen beantwoord (Geboortedatum? Waarvoor kom je? Welk been? Allergisch?), alvast een infuus krijg (‘Haha ja, ik doe mensen pijn voor mijn werk’) en mijn haarnetje opzet. Bloeddruk wordt gecheckt. Vervolgens leef ik in stilte mee met het meisje van 14 dat tegenover me heel hard ligt te stressen. Ze moet voor een kruisbandoperatie en ze vindt het erg eng. De verpleegster zit naast haar en houdt haar continu aan de praat. Dan komt de anesthesist en vraagt haar: ‘Wat vind je precies zo eng?’ ‘Alles!’ Arm ding.

13.45 uur – ‘Mevrouw Loeffen, het is zover. We nemen u mee naar de operatiekamer!’ Terwijl ik daarheen gerold word, vraag ik nog of ze wel eens ergens met het bed tegenaan knallen en of ze wel eens aan een verpleegbedrace gedacht hebben. Ik zie dat dit idee nog even moet indalen… :-p Ik word de OK binnengerold en de zenuwen slaan toe. Wow, het is hier heel koud en klinisch en wat een fel licht en wat veel machines. Het gaat me allemaal ineens even te snel. Vooral het feit dat ik niet precies weet wat er allemaal gaat gebeuren en vooral ook hoe dat zal voelen, maakt me gestrest. ‘Best handig dat het hier koud is. Als ik dan de operatie niet overleef, ben ik gelijk klaar voor het mortuarium.’ Doordat ik al uren nuchter ben en doordat er zoveel indrukken op me afkomen, ben ik een klein beetje waus in m’n hoofd. Maar ach, de humor blijft gewoon aanwezig. 😉

13:50 uur – Ik schud de hand van de orthopedisch chirurg, de operatieassistent, de mevrouw van de instrumenten, de mevrouw van de desinfectie, de jongen van de hart- en adembewaking en nog iemand die ook nog iets checkerigs doet (ik ben inmiddels de tel allang kwijt). We checken gegevens (Geboortedatum? Waarvoor kom je? Welk been?), ik mag op de operatietafel gaan liggen en probeer niet verstrikt te raken in al die draden.  Ik krijg plakkers op mijn borst en zij voor hartritme- en adembewaking en een knijper aan mijn vinger om het zuurstofgehalte in het bloed te meten. Dan wordt er een check gedaan, waarbij alle medewerkers in technische termen melden dat alles klaarstaat om te beginnen. Het klinkt net alsof ik een soort raket ben die elk moment kan opstijgen. Of dat de wedstrijd elk moment kan beginnen. Ready, set… GO!

14:00 uur – Dan komt de anesthesist, mijn rug wordt gedesinfecteerd met ‘koude poets’ en ik begin te klappertanden. Ik voel me niet heel tof meer. De orthopedisch chirurg staat naast me en houdt mijn schouder vast (ik denk om te voorkomen dat ik onverwachte bewegingen maak), ik zit daar half in mijn nakie in een ijskoude kamer met ongezellig licht en zes mensen en er wordt een naald in mijn rug gestoken. Ik ben nooit bang geweest voor de ruggenprik en dat blijkt ook inderdaad niet nodig, want ik voel hem amper. Een héél klein prikje en that’s it. Direct voel ik dat mijn onderlijf begint te tintelen, een maf gevoel, net alsof dat deel slaapt. Ondertussen wil ik graag weg, maar ik denk dat dat nu een beetje te laat is…

14:05 Men gaat aan de slag om mijn been voor te bereiden. Er komt een band omheen die wordt opgepompt om ervoor te zorgen dat ik niet teveel bloed tijdens de operatie. Het been wordt gedesinfecteerd met mooie roze vloeistof. Mijn onderlijf voelt heel warm. Jeroen van de bewaking vraagt hoe het ‘poetsen’ voelt. ‘Warm’, zeg ik. Dat is een goed teken, want het spul is ijskoud en als ik dat als warm voel, zal ik ook geen pijn meer voelen. Oké, klinkt goed. Wat ze verder allemaal doen, kan ik niet zien en krijg ik maar half mee. Ik voel me niet zo lekker worden en vraag me af of alles wel goedkomt. Ik vind het even allemaal best wel k*t. ‘Wil je het laten weten als je misselijk wordt?’, vraagt iemand. ‘Waar moet ik dan in overgeven?’, vraag ik. Nou, of ik het van tevoren even kan aangeven. Haha oké, timing is everything, gaan we doen. Ik begin ‘em te knijpen. Ik vind het allemaal echt even niet leuk en maak me druk om alles. Ik voel me zo raar en ademhalen gaat niet zo goed doordat mijn onderlijf tot mijn navel verdoofd is. Ik vergeet zelfs te ademen en word subtiel aangemoedigd om vooral door te blijven ademen. Oh ja, goeie tip. Iedereen is zo druk bezig en wat gaat er allemaal nog gebeuren? Trek ik dit wel? Ik begin een beetje bang te worden en dan ineens zie ik bloedspetters op het plafond. ‘Jullie hebben niet goed schoongemaakt! Er zit bloed op het plafond!’, merk ik op. ‘Ja dat is logisch, je bent bij orthopedie. Daar wordt getimmerd en geklopt en gezaagd; alles!’, merkt de orthopeed nuchter op. ‘We proberen altijd alles schoon te krijgen, maar dat is dan niet helemaal gelukt.’ Op de een of andere manier vind ik dit heel grappig en dat zorgt ervoor dat de spanning wegebt. Ik begin de ‘humor’ van de situatie in te zien. Kijk me hier nu liggen en eigenlijk is het best interessant wat er allemaal gebeurt. Ik herpak mezelf.

14:10 uur – Dan komt het tv-schermpje tevoorschijn (ik wou graag meekijken) en even later zie ik een maanlandschap en zit ik in mijn knie te kijken. Via een sneetje in mijn knie wordt een slangetje met een cameraatje ingebracht. Via een tweede sneetje kan de chirurg allerlei gereedschap naar binnen brengen. Ook wordt er via zo’n sneetje vloeistof in de knie gespoten, zodat er meer ruimte ontstaat en troep weggespoeld kan worden. Op het schermpje zie ik witte harige flubbers rondzweven. ‘Hé, wat zijn dat voor dingen?’, vraag ik. ‘Zeeanemonen!’, zegt het meisje van de instrumenten. Ook zie ik rode bolletjes en frutsels voorbij drijven, dat schijnen ontstekingscellen te zijn. Alles wordt weggespoeld en dan krijgen we zicht op de meniscus. Dikke scheur, dat wordt knippen. Het stukje is taai en springt steeds weg. Na een aantal pogingen heeft de chirurg de boosdoener te pakken en hij houdt het omhoog, zodat ik het kan zien. Een stukje kipfilet, meer kan ik er niet van maken. Ook blijkt dat er een horizontale scheur in mijn meniscus zit, maar daar is niet zoveel aan te doen helaas. Een meniscus is taai en grotendeels niet doorbloed, dus geneest vrijwel niet. Laten zitten dan maar. Verder ziet alles er goed uit, behalve slijtage aan de knieschijf en het bovenbeenbot. Ook niks aan te doen…

14:45 uur – De operatie is klaar. De sneetjes worden dichtgeplakt en er komt een drukverband om mijn been heen. Ik lig een beetje te wachten en ineens zie ik een been recht omhoog steken. Ik schrik me kapot en het duur een paar seconden tot het kwartje valt: ‘Wow, dat is mijn been!’ Het is echt zó raar om je eigen been recht omhoog te zien steken, terwijl je totaal niet hebt gevoeld dat ie omhoog ging. Het been is geel en roze en ziet er niet uit als mijn been. Weird! Ik krijg een lachstuip en kom niet meer bij. Ik kijk een paar keer terug naar mijn been, maar het is echt té raar om naar te kijken. Het lijkt wel een horrorfilm. Als ze vervolgens met mijn been waren weggelopen, had ik niet eens raar staan kijken haha (mijn moeder had me al gewaarschuwd dat dit heel raar zou zijn). Ik heb de slappe lach en het personeel grinnikt een beetje mee, terwijl ze ondertussen zorgen dat de operatie wordt afgerond. Ik krijg nog wat advies mee en dan bedank ik iedereen en word ik naar recovery gereden.

15:15 uur – Ik lig te wachten tot de ruggenprik is uitgewerkt. Ik krijg een waterijsje en daar ben ik heus blij mee, maar ik heb zo’n ontzettende trek dat ik wel een heel brood op gekund had. Eerst het ijsje maar. Langzaam maar zeker begin ik me beroerd en duizelig te voelen. Bah. I need food!!! Mijn bloeddruk wordt steeds gemeten en die is goed. Ik krijg een buikecho om te kijken hoeveel urine er in mijn blaas zit. Ik sta nog niet op knappen. Top, want ik heb totaal geen gevoel in mijn onderkant en een natte broek spreekt me niet direct aan.
Af en toe probeer ik mijn tenen te bewegen, maar die jongens doen net of ze niet thuis zijn. Het voelt heel grappig als ik mijn eigen benen aanraak. Alsof ze niet van mij zijn. Ik kijk wat om me heen, het meisje van 14 is naast me neergezet en ik hoor dat ze bijkomt uit haar narcose. Ze is verdrietig en in paniek. Het is ook allemaal wat. Ik krijg nogmaals een buikecho en, gelukkig, ik sta nog niet op knappen haha.
Ineens bewegen mijn tenen en langzaam maar zeker kan ik mijn benen ook bewegen. Dat betekent dat ik terug naar de verpleegafdeling mag. Joepie. Ik vraag of het thuisfront al gebeld is, en dan krijg ik een telefoon waarmee ik dat zelf mag doen. B. en mijn vader komen me halen.

16:15 – Ik ben terug op de verpleegafdeling en ik mag eten! En koffie! En soep! Ik heb echt trek en eet alles op. Mijn knie brandt een beetje.

17:00 – Elisa komt binnen met mooie bloemen en B. heeft een rolstoel mee. Even later komt papa ook. We kunnen naar huis! Oh nee…ik zit nog vast aan een infuus en ik heb nog mijn blauwe jasje aan. Oh en ik moet eerst nog plassen. Nadat ik losgekoppeld ben en mijn eigen kleren weer aan heb, merk ik dat mijn onderkant nog steeds verdoofd is. Toch ga ik plassen, want ik wil wel weer naar huis. Ha! Grapje zeker. Die urine komt niet. We proberen van alles: de kraan aan, paar bekers drinken, ontspannen, focussen op mijn blaas, maar niks werkt. Dan maar een rondje in de rolstoel door de gangen. Even later weer proberen, weer niks. Pas als de verpleegster ‘dreigt’ met een katheter, probeer ik het nog één keer en ineens hoor ik een vrolijk geklater. Daar is mijn plasje! Dat betekent dat alles weer werkt en ik naar huis mag.

18:30 – Thuis! Sarah ziet me en begint hard te huilen, vast vanwege die gekke krukken. Ik stort me op de bank, weer heel wat ervaringen rijker, dankbaar dat het goed gegaan is en onder de indruk van al die betrokken mensen in het ziekenhuis. Hopelijk denkt mijn knie daar ook zo over en kunnen we over een aantal weken weer samen op avontuur. 🙂

 

 

Dit vind je vast ook leuk

1 reactie

  1. Hallo lieve zieken.

    Wat een lange mail, zeg, was heel duidelijk, wat jij die dag had meegemaakt.

    Zo te lezen, was het een gezellige boel, lekker eten, gezellige doktoren, al met

    al, een gezellige boel.

    Het is maar net hoe je er tegen aan kijkt.

    Voor dat het gaat gebeuren, dan best zenuwachtig, van, wat gaan ze met me doen.

    Gewoon naar ze luisteren, en een geintje op zijn tijd.

    Ruggenprik viel ook mee, omdat je vaak hoort, het is zo erg, helemaal niet, je voelt het

    bijna niet, en voor je het weet, is het al gebeurd.

    Alleen als dat spul gaat werken, heb je geen gevoel meer vanaf je middel, tot je grote teen,

    dus je denkt, ik heb maar een half lichaam, dat nog leeft, er zijn veel mensen verlamd,

    lijkt mij zo erg, om je hele leven in een rolstoel te moeten zitten.

    Maar Natas, na de operatie krijg je het gevoel weer terug, hoor, of niet, geintje, en de plas

    voel je ook weer komen.

    Je bent een dappere meid, en hoop voor je, dat het geholpen heeft, want dat is de bedoeling.

    Goed oefenen, en wandelen, niet te ver, steeds een stukje verder, want je moet ook weer

    terug.

    Als je verder bent, gaan we naar de Ikea.

    Natas het is niet zo’n lange mail, een kortje.

    Beterschapjes, en de groetkes, kus kus kus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *